Column Krabber - Deel 17

11-06-2015 10:24

Knappe prestatie, trainen van de jongen en experimenten!

Afgelopen weekend vlogen we de tweede fondvlucht. Voor ons een slordige 675 kilometer. Vanuit mijn hok waren er 3 mee. Zoals aangegeven de 176 en de zoon Belg. De laatste heb ik iets uitgebreider voorgesteld in mijn vorige column. Van hem verwachtte ik het meeste. De derde duif die mee was heb ik ook al eerder besproken. Deze duif gaat door het leven als de thermopane. Hij is van 2013 en vloog vorig jaar door omstandigheden slecht. Tot dit weekend was ik niet tevreden over hem. Hij is prima gebouwd, intelligent genoeg maar op tijd thuis, zelden. Dan maar op de fond mee.

Tot mijn verbazing zat hij als eerste van de drie op het hok. Achteraf nog op een knappe tijd ook. Hij pakt de 34e van 1380 duiven. De zoon Belg klok ik bijna een half uur later in de afdeling goed voor een 202e. De 176 is net te laat. 2 van de drie in de prijzen en met een kopprijs helemaal niet verkeerd! ( inde vereniging de 13e met 1 x prijs ). In de basis had ik deze duif veel meer Vitesse kwaliteiten toegedacht en dan is 8 en ½ uur vliegen a 1220 meter gauw teveel. Dit geeft meer weer eens aan: Ik snap er niet zo veel van.  Ik durf ( net als veel mensen over de eigen omgeving ) te beweren dat onze regio een van de sterkste van het land is maar dat het door de ligging niet altijd tot uitdrukking komt in de standen. Bourges voor ons 675 kilometer, 1 op 4 sluit het rayon ( 1400 duiven, 105 deelnemers ) na 57 minuten, onze vereniging heeft 1 op 4 slechts 23 minuten nodig om de prijzen bij elkaar te krijgen. ( 144 duiven en 13 deelnemers ) Slechts 1 deelnemer heeft dan geen prijs. Ongehoord. Regio zuid ( de afstand is 75 kilometer korter ) heeft 372 deelnemers en 4844 duiven en staat 62 minuten open. Onze eerste duiven komen net te kort voor de absolute topplekken, wat maar weer eens aangeeft duivensport is niet eerlijk. Duiven vliegen niet van A naar B. De wind en de landschapselementen bepalen mede waar de echt vroege duiven vallen. Met westen wind zit de oostkant meestal beter en met oostenwind de westkant. Ter illustratie:


Dit stukje is een samenvatting van een heel geschrift van Pierre dordin( van hem heb ik ook de illustratie):

Citaat: Wanneer de duiven niet de theoretische vluchtlijn volgen, maar naar links of rechts afwijken, dan worden de streken waar de vogels voorbijvliegen bevoordeeld. Ook de duiven die de grootste afstand overbruggen (achtervlucht), worden - onder gelijkblijvende omstandigheden van weer en wind - bevoordeeld, zij het in veel geringere mate. De invloed van de ligging is allesoverheersend. Daarentegen is het snelheidsverlies, als gevolg van vermoeidheid op vluchten waarop de duiven 1200 tot 1400 meter per minuut aanhouden, waarschijnlijk van geringe betekenis. De streek die tegenovergesteld ligt aan de streek langs waar de duiven binnen vliegen, is sterk in het nadeel. Einde citaat.

Mijn inziens slaat bovenstaande alleen op het peloton van duiven. De duif die zijn eigen richting bepaalt en de voor hem meest rechte lijn kiest dat is de echte. En dan kom je weer op de kern van de duivensport: Die witte raven willen we kweken!

De jongen beginnen weg te trekken. Voor mij tijd om op te gaan leren. Opleren betekent voor mij: 1 x op 3 kilometer gezamenlijk lossen, 1 x op 10 kilometer lossen en 1 x op 30 kilometer lossen. Daarna is het hop de wagen in! Dit jaar wil ik op 30 kilometer ook 1 x in kleine groepjes lossen.

Ik spiegel de stand van mijn jongen aan iemand van wie ik weet die heeft gelijktijdig gekoppeld. Hij vertelde me dat hij zijn jongen al vele malen heeft weggebracht. Hij begint met wegbrengen zodra de jongen zelfstandig vliegen, het hoeft nog geen koppel te zijn. Volgens hem leert hij ze daarmee zelf wegtrekken. Zijn opleer schema is ongeveer dit:

- Loslaten vanuit de mand in de eigen tuin.

- Loslaten op de hoek van de straat

- loslaten op 100 meter

- loslaten op 500 meter

- loslaten op 500 meter maar een andere plaats

- loslaten op 1 kilometer enz. enz.

Zijn grote voordeel is dat hij iedere dag thuis is en soms 3 x in de week zijn jongen weg brengt. Daarna op wat grotere afstand laat hij ze per 4/5 duiven los. Het wordt tijd dat die grote gouden vis langskomt. Genieten van mijngezien en de duiven zonder frictie tussen beide! Geen tijd blijkt echter mijn standaard excuus.


Tijdens het klok afslaan werd ik met beide benen op de grond gezet door de beste liefhebber (L) van onze vereniging. Ik vertelde dat ik op inkorfdag niet 3 x mijn hok in kon stappen om ze extra voer mee te geven, maar dat ik dat wel graag wilde. L. vertelde me je werkt in de buurt van huis toch? Je hebt toch lunchpauze? Even heen en weer en het is geregeld. Wil je echt dan heb je het missen van je lunchpauze er voor
over! Daar had hij me... Ik sputterde nog tegen van 15 minuten heen en 15 terug en 30 minuten pauze maar het zette me wel aan het denken. Verder werd er nog gepraat over het nut van pinda's en dat die vetten beter werken met lecithine. Dat ga ik verder onderzoeken. Iedereen die wilde kon mee luisteren, geen geheimschrijverij. Zou de korte concoursduur komen omdat er een aantal toppers bij ons in de vereniging zo open lijken te communiceren?

Het seizoen op de midfond kan ik qua stand als verloren beschouwen. Dat geeft me de kans eens af te wijken van het reguliere. Ik wil de doffers inkorven zonder te tonen en dan kijken wat het resultaat is. Ook ga ik de doffers op woensdagavond niet meer buiten laten. Een sportman neemt ook vlak voor een wedstrijd gas terug. De energie moet erin en niets er meer uit. Dat zijn twee experimenten die ik niet had gedaan als ik nog steeds reëel kans maakte op een podiumfinish. Nu alleen nog bepalen met hoeveel duiven ik deze tests ga doen.

Ik twijfel namelijk ernstig over as weekend, de gehele ploeg inclusief de 3 fondgangers mee? Alleen een stuk of 6 zodat er 7 doffers in hok blijven om de sfeer niet te laten dalen? Als er maar 3 doffers in het verder lege hok zitten ben ik bang dat de sfeer ver te zoeken is en dat dat de duiven schaad. Ook moet ik dan op het moment van thuiskomen allerlei acties ondernemen omdat ik niet wil dat die drie hun duivin zien.

In mijn vorige column vroeg ik om reacties op het kweken van alleen zomerjongen met programmaduiven. Helaas geen reacties mogen ontvangen. Dat kan betekenen dat het een doodlopend pad is, of dat het een enorme kans is. Voor volgend jaar ga ik er nog niet aan beginnen. Wel heb ik andere plannen om een kwaliteitsslag te maken in mijn hok. Daarover meer volgende week.

Mocht u mij tips of adviezen naar aanleiding van deze column willen geven dan kunt u die mailen naar:  dekrabber@ziggo.nl

Sportgroeten,

De krabber.