Column Krabber - Deel 21

09-07-2015 17:49

Duivensport anno 2030

Als ik de leeftijden bekijk van de duivenmelkers bij ons in de vereniging zijn we over 15 jaar nog met ongeveer 5 actieve vliegende leden. Dat is 1/5e deel van de huidige groep. Als ik dat landelijk door trek blijft er ook  niet zo veel over. Tegen die tijd zal de sport heel anders ingericht moeten zijn. Het huidige vliegprogramma is er nu bij gratie van vele die die over 15 jaar hoogstwaarschijnlijk geen duiven meer hebben. Daarom filosofeer ik hardop hieronder. Er rekening mee houdend dat we geen 1000 vliegende leden meer hebben in heel Nederland.


De volgende grote issues zouden mijn inziens nu al besproken moeten worden door de mensen die naar alle waarschijnlijkheid over 15 jaar de sport moeten dragen.

  • Afdelingen/sectoren voor programmavluchten
  • Welke mogelijkheden zijn er voor het programma
  • Welke rol zou een overkoepelende organisatie kunnen spelen?

Mijn mening is dat 6 a 7 afdelingen voor heel Nederland meer dan voldoende is. Ruwweg: Rechts van het IJsselmeer in drieën, Den haag tot Amsterdam en omhoog, Limburg met een stuk Brabant, zeeland met een stuk Brabant en het midden met een heel stuks rechts erbij. Om de kosten nog enigszins binnen de perken te houden qua vervoer zullen er 4 a 5 inkorfcentra zijn per afdelingen.

Het programma zou 1 x per 2 weekenden een vlucht kunnen zijn. Met in totaal 15 vluchten waarvan 4 alleen voor junioren. Van die 15 vluchten zijn er 4 nationale vluchten, er zal 1 vlucht zijn met middaglossing. Elke afdeling heeft in het zelfde weekend vergelijkbare vluchten. Iedere afdeling rekent op dezelfde manier.

Een overkoepelende organisatie zou bovenstaande kunnen initiëren.  Er staat buiten kijf dat de sport over 15 jaar niet op de huidige manier ingericht kan zijn. Er moet nu al begonnen worden met inventariseren en het ontplooien van initiatieven om de sport straks hoe klein en in welke vorm dan ook een kans tot overleven te geven.

Op eigen hok gaat het goed, de jongen gaan eindelijk helemaal naar de zin. Ze vliegen goed en lang, komen versnipperd terug en als ik ze wegbreng zijn ze eerder thuis dan ik. De oude komen weinig buiten en zitten op een vers ei. Ik ga morgen op vakantie ( en dus volgende week geen column ) als ik terugkom gaan ze op hernieuwd weduwschap en gan we kijken of we ze op de natour kunnen spelen op de manier die ik wil. De duiven zullen al ruien maar het gaat mij om het beeld dat ik er dan bij heb. Het beeld van dit seizoen tot nu was belabberd.

Ik hoop dat deze korte  column u heeft aangezet tot nadenken over onze mooie sport in de toekomst. Tot over 14 dagen.

Vriendelijke groet,

De Krabber!