De ogentheorie door Bob Berendsen

14-04-2016 09:24

Ogentheorie in praktijk

Met het nu volgende artikel over de Ogentheorie ben ik me ervan bewust dat ik me enigszins op glad ijs ga begeven. Er wordt vaak lacherig gedaan over die koekeloerders die kwaliteiten voor vlieg of kweek uit de ogen
van postduiven kunnen lezen. Ik heb dan ook een tijd lang getwijfeld of ik hieraan publiekelijk een artikel moest gaan wijden, maar mede door de vraag van mijn leerling over dit onderwerp heb ik besloten om toch mijn stoute schoenen maar aan te trekken....

Wat betekent de ogentheorie voor mij?

Voor mij is het een instrument, naast de vele anderen, om extra duiven te kunnen herkennen. Ik ben jaren lang de totale verkopingen afgegaan en ben bij menigeen op hokbezoek geweest. Hierbij heb ik de kansen niet voorbij
laten gaan om de besten in de hand te mogen nemen, zowel supervliegers als superkwekers(= met meerdere partners extra duiven voortbrengen). Naast het leren waarderen en klasseren van vele lichamelijke eigenschappen zoals: vleugel, spieren, pluim, evenwicht en spanning enz, werd ook het oog met een oogloep (15 X vergroot) bekeken.

De wet van de getallen leert dat de Extra vliegduiven en zeker de superkweekduiven(=stamleggers) bijna zonder uitzondering over geweldige ogen beschikken. Het spreekt voor zich dat er nogal wat onderscheid gemaakt moet worden tussen de afstandsgeschiktheid. Hierover later meer...

De opbouw van het oog


Op bovenstaande foto van een duivenoog heb ik de eigenschappen waar ik op let ingetekend. Van binnen naar buiten zien we de pupil, de verkenningcirkel met vliegteken, de iris met structuur, rand en kweeklijnen en aan de buitenkant zien we de Vermeyenring.

De pupil

De pupil is de opening waardoor het licht op het netvlies valt waardoor de duif kan zien. De pupil is normaal gemiddeld van grote en reageert op lichtintensiteit en het focussen. De verkenningscirkel is de spier
die de pupil doet verkleinen of vergroten. Deze pupil is ietwat naar de snavel toe gericht qua ligging, wat een slimme indruk geeft. Het liefst zie ik de grootte van de pupil goed reageren op lichtintensiteit en goed kunnen focussen.

De verkenningscirkel

De verkenningscirkel is zoals gezegd de spier die de opening naar de pupil doet vergroten of verkleinen. Het liefst zie ik een volledig afgetekende niet te smalle verkenningscirkel met structuur en kleurnuances erin. Bij goede vliegduiven zie je bijna altijd het zogenaamde raceteken tussen 3.00 uur en 7.00 uur voor het rechteroog en tussen 5.00 uur en 10.00 uur in het linkeroog. Het is een soort kleurnuance onderbreking in de verkenningscirkel. Vaak is het zichtbaar als zwart/grijs.

De basiskleur van de verkenningscirkel is niet echt van belang als er maar structuur in zit wat een diepte effect creëert. Diepte moet er altijd in zitten!

Structuur

Met de structuur bedoel ik de scheidingslijn tussen de verkenningscirkel en de iris. De rand dient niet strak te zijn maar kartelig. Ook moet het eruit zien alsof de korrels van de iris bovenop de verkenningscirkel liggen. Met andere woorden er moet dus een verhoging zitten tussen de iris en de verkenningscirkel waarbij de iris dus het hoogst ligt. Dit hoogte verschil dient het liefst zo groot mogelijk te zijn. Dit schept diepte in het oog en geeft aan dat de iris dik genoeg is.

De Iris

De iris moet, ongeacht de kleur, dik geklodderd zijn, waardoor het net lijkt op grove spachtelpoets. Dit is belangrijk, want een dikke/rijk gekleurde iris zorgt ervoor dat het licht alleen via de pupil op het netvlies kan vallen. Vlakke irissen met weinig tot geen korrels zorgen ervoor dat het oog zeer snel over(belicht) en daardoor vermoeid raakt. Dit gaat vooral tellen als het aantal vlieguren toeneemt.

Foto boven is van een Vitesse duif. Vrij vlakke Iris

Deze foto is het oog behorende bij een dagfond duif, mooie rijke dikke klodderige Iris. Ook zeer geschikt voor de kweek. Superduif! als de rest van zijn natuurlijke eigenschappen geen belemmeringen zijn om de afstand  met succes te overbruggen.

Dit verklaart ook het verschil in ogen bij vitesseduiven enerzijds en midfond- en dagfondduiven anderzijds. Bij vitesse duiven is het geen absolute noodzaak dat de iris dik en rijk gekleurd moet zijn. Deze duiven vliegen hooguit 4 uurtjes op een tijdstip dat de zon nog niet op zijn felst is. Ze hebben daarom niet zo veel hinder van het verstrooien van het licht op het netvlies door de minder rijk gekleurde iris. Naarmate de vliegduur stijgt, zie je bij de besten op die afstanden de kleur en stuctuur van de iris dieper en grover gekorreld worden. Deze duiven ondervinden geen nadelige gevolgen van de verstrooiing van het licht.

Misschien moet ik dit laatste iets nader verklaren...

Als je nu een plaat hebt met in het midden een open gat, en je schijnt van een afstand met een sterke lichtbron op die plaat, dan zal alleen het licht door de opening in de plaat kunnen doordringen op een onderliggende laag. Dit licht dat door de opening van de plaat heen komt heeft een vrij strak brandpunt op de onderliggende laag. Wanneer nu het materiaal van de plaat niet dik genoeg is of van een slechte kwaliteit is, dan zal een gedeelte van het licht van de lichtbron door het materiaal heen op het onderliggende vlak terecht komen en heeft dus geen strak brandpunt. Dit zelfde geldt voor de kwaliteit van de Iris en de pupil. Hoe beter de kwaliteit van de iris hoe minder het licht verstrooit wordt en hoe langer de vermoeidheid van de ogen kan worden uitgesteld.

De Vermeyenring

De Vermeyenring is de buitenste ring van het oog. Deze ring is zwart van kleur en het liefst zo dik mogelijk. Deze ring is sterk afhankelijk van de doorbloeding van de duif. Ze zal ook beter geaccentueerd zijn als er vorm op de duiven zit. Goede duiven hebben zonder uitzondering een goede doorbloeding en zitten strak in het pak. Komen ook gemakkelijker in vorm en blijven dat gedurende een langere periode. Daarom zijn het ook goede duiven. Bij deze duiven is dan ook de Vermeyenring diep zwart van kleur, bijna het gehele jaar door. Er kunnen wat verschillen zitten in de diepte van de zwarte kleur maar dat wijst altijd op de conditie van de duif en daarmee de doorbloeding. Door de bank genomen hebben superduiven altijd een betere doorbloeding wat zich uit in de intensiteit van de Vermeyenring.

Beperking

De beoordeling van duiven ogen doe je het best op duiven vanaf 15 maanden oud. De eigenschappen die voor de beoordeling noodzakelijk zijn moeten zich eerst uitontwikkelen. Pas dan kan men vrij nauwkeurig een waardeoordeel vellen.

Doe je het op een te vroege leeftijd dan kan men gemakkelijk fouten maken....

Deze theorie in praktijk is vrij nauwkeurig als het aankomt op duiven voor de midfond en dagfond. Duiven voor de vitesse en de overnachtfond moeten ook nog eens beschikken over andere waardevolle kwaliteiten die specifiek zijn voor de af te leggen afstand.

Let wel: maak niet de fout om alleen naar de ogen te kijken. De andere eigenschappen, spieren, vleugels, evenwicht, pluim enz..,  zijn zeker zo belangrijk! Je moet een duif in z'n geheel blijven beoordelen en niet enkel 1 aspect.

Dit was in het kort, waar ik naar kijk in de ogen van een duif, ter beoordeling van hun waarden.

Theorie om in praktijk te brengen, het zal u geen windeieren leggen!!

Sportgroeten,

Bob Berendsen