Eddy Noël - Broeden en kale jongen

28-03-2015 08:23

Als alles is goed gegaan mag het geen probleem zijn geweest de duifjes gekoppeld te krijgen. Voor de vroegste vogels onder ons dan toch niet, daar liggen al vast eitjes in de pan.


Op broeden


Krijgen ze karig voer. Ze moeten tenslotte alleen maar "zitten te zitten en broeden gelijk de kiekens" zoals ze dat hier zeggen. Veel energie kost ze dat dus niet. De benodigde energie voor duiven om hun temperatuur op peil te houden wordt geschat op 50 Kcal per dag. Veel meer dan dat doen opgesloten kweekduiven niet echt.  Een lichte rust, zuiverings of wintermengeling, naargelang de weersomstandigheden aangevuld met padie of gerst moeten ruimschoots volstaan.Tussendoor daar wat Sedochol over is perfect


Door het feit dat de duiven weinig eten, drinken ze uiteraard ook bijna niet. Je leest vaak dat liefhebbers op broeden een geelkuur aan de duiven vertrekken, doch als ze zo goed als niet of in elk geval te weinig drinken is dat ook maar niets. Bovendien zijn de duiven anderhalve tot een maand voor de koppeling nagekeken. Ze kwamen niet eens met vreemde duiven in contact dus als er nu eentje tussen zou zitten die ziek wordt van tricho.... Die mag al gelijk de baan ruimen vrees ik.


Duiven opruimen is trouwens soms een betere investering voor de toekomst dan er bij te kopen. Selecteren moeten we hoe dan ook constant doen.
We houden dat vrij karige regime aan tot de jonkies al goed uit het ei zijn want vergis u niet, wat de jonkies de eerste dagen te verorberen krijgen is geen voer maar kropmelk. Die kropmelk wordt door de kropwand aangemaakt en bevat alle benodigde bouwstoffen voor de jongen. Pas na zowat een dag of vijf gaan de jonkies over van kropmelk op voer. Tijdens en na die overgang is het voer héél belangrijk. Elk mankement daarin, (maar ook overdaad!!) wordt onverbiddelijk afgestraft. Vergeet niet dat het aanvankelijk hulpeloos kleine gele dingetje op amper 20-22 dagen, afhankelijk van het voer, een op zichzelf staand wezentje wordt.


Eens geringd


Plaatsen we stenen potjes in de broedvakken. Dat maakt het de ouders wat makkelijker en heeft als voordeel dat naarmate de jongen opgroeien, ze meteen leren van de ouders. Binnen de kortste keren eten ze gewoon mee. De restanten als die er zijn worden in de gemeenschappelijke voerbak gegoten alvorens er vers in de potjes komt. Op die manier hoeft niemand iets te kort te komen en wordt er ook niet gemorst met het voer.


.
Dingen TE goed willen doen gaat maar al te vaak de verkeerde kant op. Met een goed gevarieerd en uitgebalanceerd voer, met daarin een voldoende hoeveelheid hoog benutbaar eiwit en waarvan de granen en zaden van onberispelijke kwaliteit zitten zie ik het niet als een noodzaak veel extra dingen te gaan toedienen zoals (kweek)vitaminen, aminozuren, eiwitkorrels en dergelijke meer.


Die zaken zijn maar al te vaak een extra te verwerken ballast voor de ouderdieren, maar meer nog voor het prille inwendige fabriekje van die jonge duivenlichaampjes. Het komt altijd op hetzelfde neer. Als gezonde vitale ouderdieren niet in staat zouden zijn om zonder al die "extra's, op een normale degelijke manier een koppel jongen groot te brengen, waar om de liefde gods zijn we dan wel mee bezig??


Ruw eiwit en benutbaar eiwit


Eiwitten zijn de bouwstenen voor het lichaam. Niet het percentage eiwit van het voer of bijproducten is belangrijk maar wel de biologische waarde van dat eiwit. Meestal staat alleen het ruwe eiwitgehalte vermeld. De biologische waarde betekent het gedeelte van dat ruwe eiwit dat voor onze duiven benutbaar is. Het gedeelte dat ze kunnen opnemen en waar ze dus wat aan hebben. Een voer met een hoog ruw eiwitgehalte kan toch makkelijk een lager benutbaar eiwitgehalte hebben dan een voer met een lager ruw eiwitgehalte. (leest u het anders nog maar es overnieuw)


Zeggen we eiwitten, denken we vaak meteen aan erwten, bonen en nog allerhande peulvruchten. Dat klopt nog ook. Erwten bijvoorbeeld bevatten dik 23 percent eiwit. Ruw eiwit wel te verstaan. Nog geen dertig percent echter daarvan is benutbaar. Dat betekent in de praktijk dat per drie erwten die onze duiven opeten ze amper nut hebben aan ééntje daarvan. Die twee anderen moeten evenwel ook verwerkt worden door het duivenlichaam. Die belasten dus alleen maar flink onnodig het organisme en verhogen alleen maar de hoeveelheid afvalstoffen. Ze gaan met anderen woorden via de krabber en het vuilblik gewoon de messton in.


De eiwitten hoeven dus niet per definitie uit peulvruchten te komen. Vetrijke granen en zaden bevatten hoge eiwitgehaltes die bovendien veel beter en makkelijker opneembaar zijn dan die uit erwten. Gemiddeld genomen ligt de opneembaarheid van eiwitten uit de vetrijke zaden rond de 60 percent. Veel meer rendement en een pak minder afvalstoffen dus. Dat is beter en voor de ouders en voor de jongen.


Aminozuren


Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Er zijn de essentiële en de niet essentiële aminozuren. De niet essentiële kan de duif zelf aanmaken terwijl de essentiële in voldoende mate in het voer aanwezig moeten zijn. De duif kan deze namelijk niet zelf aanmaken. Dat is meteen ook de reden waarom duivenvoer, en in dit geval het kweekvoer zo ruim mogelijke gevarieerd moet zijn. Het is namelijk zo dat zelfs wanneer er maar één enkel essentieel aminozuurtje ontbreekt, de duif het eiwit niet eens kan aanmaken.


U ziet een houten regenton voor u? Wel, die is opgebouwd uit verschillende "lamellen" die netjes tegen elkaar aan staan. Daarom houden ze ook het water in de ton. Halen we der eentje tussenuit, loopt al het water weg. Dat maakt de overige lamellen eigelijk meteen waardeloos zijn in het geheel. Met zo'n regenton kun je helemaal niets beginnen.


Is een bepaald aminozuur toch aanwezig maar in bijvoorbeeld onvoldoende mate betekent dat een lamel in onze regenton die korter is dan de andere. Ze houdt dan wel water al is dat dan maar net zoveel als tot aan de hoogte van die kortste lamel.


Eiwitten en de kweek


Er zijn immense verschillen in de soorten kweekvoer. Mengelingen met veel peulvruchten en heel weinig vetrijke zaden hebben een zeer lage benutbaarheid. Het opneembaar eiwitgehalte ervan ligt tussen de 6 en 7 percent en dan hebben we het nog niet eens over de aminozuren.
Een kweekvoer zonder peulvruchten daarentegen levert ons gemiddeld genomen een opneembaar eiwitgehalte op van 10 tot 12 percent.
Nog een verschil tussen veel of weinig peulvruchten is de hoeveelheid mest die de duiven produceren. Die wordt aanzienlijk minder met een mengeling die hoog in benutbare eiwitten zit. Ze eten er bovendien nog minder van ook terwijl de jonkies met gemak twee dagen eerder speenrijp zijn. Dat is natuurlijk niet meteen een doel op zich.


Besluit


We zorgen voor een kweekvoer dat voldoende ruim gevarieerd en goed uitgebalanceerd is. Het percent maïs houden we aan de lage kant. We hebben immers eiwitten nodig en niet zozeer hoge waardes aan koolhydraten. Bovendien eten ze die instinctmatig niet eens op als ze met jongen in het nest liggen. Peulvruchten houden we eveneens aan de lage kant. In de plaats daar van verhogen we het aandeel vetrijke zaden. Getoaste soja en pindanoten bevatten trouwens eveneens hoge percentages benutbare eiwitten. Ondanks we die  vetrijke zaden liefst zo gevarieerd mogelijk hebben,  kiezen we hoofdzakelijk toch voor die zaden met de beste omega 3-6-9 verhoudingen. Dat komt de algemene ontwikkeling van de jonge diertjes flink ten goede bevordert tevens de ontwikkeling van de hersenen., houdt ontstekingen makkelijker weg enz.


Colostrum


Ook wel biestmelk genoemd (en evenzeer een hoge bron van benutbare eiwitten) is de melk die gedurende de drie eerste dagen door bijvoorbeeld schapen, runderen, paarden, afgescheiden wordt om hun jongen te zogen. Deze missen gedurende de eerste levens uren en dagen de levensnoodzakelijke afweerstoffen waardoor ze bijzonder kwetsbaar zijn.
Het is wetenschappelijk bewezen dat deze melk heel wat substanties bevat die de immuniteit bevorderen en ze dus bijgevolg onmisbaar maakt voor de opgroei van de jonge dieren.


Deze biestmelk bevat tegelijkertijd hele hoge benutbare eiwitgehaltes.
Jongen duiven zijn eveneens bijzonder kwetsbaar gedurende de eerste levensmaanden omdat ook hun afweermechanisme nog niet alle afweerstoffen bevat.
Het regelmatig toedienen van deze melk, die overigens ook heel wat antistoffen bevat,  helpt hen op natuurlijke manier het afweersysteem en de weerstand  opbouwen waardoor de kans op ziekte verkleind wordt, de duiven krachtiger, vitaler en levenslustiger worden.
Een natuurproduct dus dat op natuurlijke manier onze sportduif ten goede kan komen
Verkrijgbaar in poedervorm en per 20 duiven een koffielepeltje over het voer tweemaal per week gedurende de eerste levensmaanden. In geval van infecties, een middel om de duiven vlugger en beter te laten herstellen. Kan ook gewoon tijden het seizoen om de weerstand en kracht van de duiven te verhogen.


Vragen staat vrij


En we kregen alweer een heel pak vragen naar aanleiding van het vorige artikel. Da 's heel mooi natuurlijk. Van vragen is immers nog niemand dommer geworden. Toch is het onmogelijk die allen te beantwoorden.
Vaak is het zo dat het antwoord op een vraag al meteen terug nieuwe vragen oplevert. Op zich is dat geen probleem. We zullen trachten die dingen een beetje te bundelen en via een artikel in de krant de antwoorden te geven.


Kreeg nog net een liefhebber aan de lijn. Na een twaalfdaagse kuur met Baytril wegens steeds maar weer problemen met de luchtwegen, van ellende moeten teruggaan naar de vet. Daar mag hij nu nog es net zoveel dagen als ze broeden bijdoen. Zeventien dus laat onze zeggen + twaalf is 29 dagen.......  Voor de rest schijnt alles in orde te zijn.....
't Is knap als je maar de helft gelooft van wat ze zeggen.
Nog veel knapper is wanneer je weet welke helft je moet geloven!
 
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming is het niet toegestaan materiaal van deze website te publiceren, kopieren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.

Bron: Duivenvaria.nl