Vrienden en nog wat - Ad Schaerlaeckens

19-05-2015 10:34

Sportgenoten.


Er zijn zo van die gebeurtenissen die in lengten van dagen tot in de diepste spelon­ken van je geheugen gegrift blijven.

Momenten van grote teleurstellingen, intense vreugde, verdriet en diepe ontgoocheling.

Nu horen teleurstellingen bij het leven en bij de sport.

Teleurstellingen in de sport doen me minder dan vroeger en ook sportgenoten die je teleurstellen.

NEGATIEF

Als je goed speelt praat men.

En als mensen over andere mensen praten is dat bijna altijd negatief.

Dat aan te moeten horen, ik kan er gewoon niet tegen. Dan hoor ik nog liever dat mensen alleen over zichzelf praten. Dan hoor je tenminste niets dan goeds.

Verbazingwekkend hoe de fantasie van sommigen op hol slaat als de presterende sportgenoot onder­werp van gesprek is. Gevolg is vaak dat de grofste leugens een eigen leven gaan leiden.

Ik heb ermee leren leven, hoewel... met heel veel moeite.

WEL PIJNLIJK

Wat wel pijn doet is als mensen voor wie je veel deed omdat je dacht dat het vrienden waren, mensen die veel aan je te danken hebben ook, je later laten vallen als ze menen je niet meer nodig te hebben.

Met mensen die zeggen veel vrienden te hebben moet ik lachen.

Of het zijn onnozelaars, of het zijn blaaskaken of ze hebben niets te betekenen. Meestal het laatste.

Mensen die steeds maar op anderen katten zijn zelf niet gelukkig.

Zo zijn er die buren/duivenliefhebbers die elkaar in geen jaren gesproken hebben.

Op straat maken ze een ommetje om elkaar niet tegen te komen.

Het kan toch niet anders of ze moeten daar beiden hoogst ongelukkig mee zijn?

Gelukkig zien we het ook vaak anders.

Zoals blijkt uit een brief die ik kreeg van K.

Diens buurman begint meestal te klokken als hij is uitgeklokt "en toch..., zo schrijft hij, "kreeg ik van hem mijn beste duiven".

Ze ruilen nog jaarlijks, maar met de duiven van K zelf kan de buurman niets doen.

Zo met elkaar omgaan, elkaar helpen en alles gunnen moet tof duiven houden zijn.  

"GELUKKIG"

Als je de boel aan flarden speelde ben jij waarschijnlijk de enige die daarmee gelukkig is. Geloof je dat ik ooit in de tuin gestaan heb met de stiekeme hoop dat het resultaat nu eens wat minder zou zijn?

Toegeven het is al weer even geleden, maar toch.

Dat je van goed spelen meer chagrijn kan hebben dan plezier hebben velen trouwens als al aan den lijve ondervonden.

Weet U wat mij ook veel vreugde verschaft?

Meer nog dan een goede uitslag?

Als na lange afwezigheid die bewezen goede duif die verloren ging terug op het hok zit.

Zo"n duif die je al voor goed verloren waande terug in handen krijgen geeft je een gevoel dat moeilijk in woorden te beschrijven is.

GENEREERD

Zo zal ik mijn bezoek aan M niet licht meer vergeten. Die duwde me een pieper in handen en zei: "Hier. Die moet jij eens meenemen en er uit kweken."

Ik wist me niet direct een houding te geven. Hij was een aardige vent maar in die duif had ik weinig zin. Ik vond dat ik zelf betere had maar wilde hem niet beledigen en zei dat ik er blij mee was. Ik nam hem tegen mijn zin mee maar daarmee was aan mijn lijden nog geen einde gekomen.

Ik wilde die duif een kans geven, er mee spelen maar mijn vrouw begon zich ermee te bemoeien.

"Als M zegt dat het goed soort is moet je die niet losla­ten" zei ze. "Houdt die vast en kweek er jongen uit."

Natuurlijk had ze nooit ontdekt als ik met die duif was gaan vliegen maar hoewel ik veel slechte eigenschappen heb is liegen iets wat ik niet kan en iets waar ik niet tegen kan.

Dus zette ik die doffer op het kweekhok.

De duif bleek oneindig veel beter dan die soms erg dure jongen van beroemde liefhebbers uit hun nog beroemdere duiven.

NOG EEN

Een van de beste liefhebbers die ik ooit van nabij gekend heb is de veel te vroeg gestorven Frans de Hoogh uit Rijen.

Frans was een hardwerkend huisvader, als liefhebber heel bescheiden maar wat had die goede duiven en wat kon die er mee omgaan.

Heel lang geleden had die een goed kweekkoppel.

"Hèt kweekkop­pel" noemde hij dat.

Termen als "Superkoppel" of "Gouden Koppel" waren aan hem niet besteed. Ik vroeg om jongen uit dat koppel te kopen.

Dat kon. Ik legde vijftig gulden op tafel, Frans vond vijfen­twintig gulden voor een jonge duif voldoende, ging naar het hok en kwam terug met drie piepers.

Ze bleken weer enorm veel beter dan de dure duiven van grote namen die ik toen al kocht.  

ALLE PRIJSKLASSEN

Het bezoek aan die Vlaming zal ik ook niet licht meer vergeten.

Het was in de tijd dat ik nog onder de indruk geraakte van namen, dus lang geleden.

"Hoe duur hij met zijn duiven was."

"Hangt er van af wat ge wilt hebben" zei onze Vlaming.

"Kom maar ne keer mee zien."

Wij naar een immense volière vol duiven.

Ik kon kiezen want ik zou er de beste wel uit halen pro­beerde hij me te paaien.

Nou ken ik van duiven weinig dus wilde het aan hem over laten en vroeg weer wat die duiven moesten kosten.

"Ik heb er van 2.000 frank, van 5.000, van 10.000 en van 25.000."

Maar voor 25.000 frank (ongeveer 600 euro) hebt ge na­tuurlijk wel het allerbeste wat er is" vervolgde hij. Toen ik:

"Die goedkopere zijn nog goed, maar iets minder?"

Zo zat dat ongeveer ja. Dat had ik goed begrepen.

Kijk, na zulke taal springt bij mij de kurk automatisch van de wijnfles.

En wandelt de garnalensla spontaan uit de koelkast.

Want zo gauw er ergens te lachen valt krijg ik zin om wat te bikken.

Bovenstaande, en dan stop ik er mee, doet denken aan dat bezoek van die Chinezen.

TE GOEDKOOP

Ze wilden duiven kopen. Ik zette er een aantal in de mand en toen kwam wat steeds de hamvraag is: De prijs.

Die werd genoemd en ik zag dat ze elkaar verbaasd aankeken.

Toen vroegen ze om stamkaarten te mogen zien en die had ik toevallig klaar.

Ze kakelden wat tegen elkaar en waren ineens vertrokken.

Ik begreep er niets van en de dag nadien belde ik de tussen persoon.

Zulke prullen waren het toch niet. Toen werd me veel duidelijk.

Het eerste wat ze niet beviel was de prijs en ze waren helemaal teleurgesteld toen ze de stamkaarten zagen. De prijs was te laag, in de stamkaarten stonden namen als die van de Hoogh, Vandenabeele (toen nog onbekend) en Albert Marcelis.

Het doet denken aan wat me ongeveer zes jaar geleden overkwam en waar ik eerder over schreef. Ik moest een Taiwanees 10 stamkaarten sturen van duiven die hij

eventueel zou kunnen kopen.

Hij wilde er zeven, niet die jongen die afstamden van de Wouwer duiven. Had hij nog nooit van gehoord. Twee jaar later bedelde hij om de duiven die hij  eerder niet wilde. Maar toen was het te laat.

© Ad Schaerlaeckens