Willem Mulder - OLIËN EN FOND?

08-06-2015 09:39

Het was me het weekendje wel. Mijn vrouw wilde eens samen met mij een tochtje maken. Dat was alweer even geleden. Nou ligt Zutphen aan de IJssel en Eureka uit Deventer verzorgt daar mooie rondreisjes.

Zo gezegd, zo gedaan en zodoende stapten we in Zutphen op een grote boot die ons stroomopwaarts naar Dieren bracht. Onderweg konden we genieten van een prachtig uitzicht over de valei waar ontzettend veel verschillende vogels hun kostje bij elkaar weten te zoeken. Na veel plezierjachten te hebben gezien kwamen we vrijdagmiddag in Dieren aan. Daar stapten we op een oude stoomtrein richting Apeldoorn. We stapten in een oude wagon die zo rechtstreeks uit de oude cowboyfilms kwam en de stoom deed het landschap soms even vervagen. De trein stopte bijna bij gevaarlijke overgangen, zodat de conducteur er af kon springen en met zijn rode vlag op de kruising stond. Daarna sprong hij weer snel op de trein en werd weer snelheid gemaakt. Ik schat een kilometertje of 40 maximaal. Bij andere halfbewaakte en bewaakte overwegen blies hij op de stoomfluit. Fuuuuuuuuuuuh. De rit naar Apeldoorn duurde anderhalf uur. Elk klein stationnetje werd aangedaan en het was alsof de tijd stil had gestaan. Ik voelde me daarin als een cowboy in Texas. Prachtig die oude wagons en het gevoel van de aandrijving. De machinist gooide steeds weer een schep kolen in het vuur en de verbranding daarvan is natuurlijk veel minder efficiënt dan de huidige moderne stroomtreinen.

De verbrandingsmotor.

En over die verbranding wil ik het even hebben. We zitten alweer diep in het seizoen en de fondvluchten en overnacht vluchten zijn weer volop aan de gang. Veel liefhebbers weten inmiddels dat vetten de brandstof is. Deze kun je geven via het voer b.v. door het geven van pinda's en door middel van oliën die over het voer gegeven worden. Nou moeten we niet vergeten, dat we met olie over het voer maar een beperkt deel van de totale brandstof kan zijn. Als je een kilo duivenvoer hebt, kun je daar maximaal een eetlepel olie overheen doen. In de meeste eetlepels gaat ongeveer 10 tot 12 cc olie en dat over een kilo voer is 1% van het totale voer. Heb je dus een mengeling met een vetgehalte van 10% dan haal je maximaal 11%.

Dan hebben we het nog niet gehad over de soorten oliën die gegeven worden. In Nederland worden nog veel enkelvoudige oliën gegeven zoals: maïsolie, tarwekiemolie, pindaolie, zonnebloemolie enz. Gelukkig geven we als duivenliefhebbers meestal geen slaolie aan onze duiven. Daar is alles uitgehaald zoals mineralen en vitaminen, wat voor de duiven zinvol is. Er zijn enkele firma's die oliën verkopen met meerdere soorten in de fles. Moeilijk is het om als leek te weten welke olie nu wel goed is voor duiven en welke niet. Waar moet je nou eigenlijk op letten en wat is wel goed en wat niet?

Dierlijke vetten.

We onderscheiden dierlijke vetten en plantaardige vetten. Onze duiven zijn ingesteld op het eten van granen en zaden en niet op het eten van dieren, alhoewel er ook wel eens naar een slakje en een wormpje wordt gepikt. Een dergelijk diertje bestaat voor een groot deel uit dierlijk eiwit en dierlijk vet. Zeer beperkte hoeveelheden hiervan kunnen duiven opnemen. Dierlijk eiwit kunnen we b.v. geven in de vorm van karnemelk, kwark, yoghurt, baby melkpoeder, biest, een blokje oude kaas etc. Nou bevatten deze melkproducten voor een belangrijk deel lactose. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat duiven niet meer dan 4% lactose van hun totale voeding kunnen verdragen. Bij de mens wordt lactose door het enzym lactase in glucose en galactose gesplitst, waarna beiden als monosachariden de darmwand kunnen passeren en opgenomen kunnen worden.

Vogels hebben zeer weinig lactase en bij aanbod van hoge percentages lactose treedt gewichtsverlies op, verhoogde water en voeropname verhoogde uitscheiding van aminozuren en verstoring van de eiproductie. Een overmaat aan galactose veroorzaakt bij duiven zenuwstoornissen. Als je dus te veel yoghurt, karnemelk etc. geeft, dan zie je dat direct in de mest. Die is dan zeer dun (diaree), doordat de niet afgebroken lactose niet of nauwelijks door bacteriën in de dikke darm kunnen worden omgezet.

Ook dierlijke vetten kunnen duiven slecht verdragen. Een blokje oude kaas is prima voor een verre fondvlucht maar gooi geen hele Edammer in het hok. Dat komt niet goed. We hebben zelf testen gedaan met alleen dierlijke vetten aan duiven te geven. Na 4 tot 5 vluchten is alles voorbij. Bij het geven van oliën moeten we daarom uitgaan van plantaardige oliën. Oliën bestaan uit niet essentiële en uit essentiële vetzuren.

Wat zijn essentiële vetzuren?

Essentiële vetzuren zijn vetzuren die niet door de duiven kunnen worden aangemaakt maar die wel noodzakelijk zijn voor een gezond functioneren van het lichaam. Het betreft de zogenaamde meervoudig onverzadigde vetzuren, d.w.z. vetzuren met meer dan één dubbele (onverzadigde) binding. De plaats van de eerste dubbele binding bepaalt de familie waartoe het vetzuur behoort: n-3 (omega 3) vetzuren hebben de eerste dubbele binding tussen het derde en vierde koolstofatoom, n-6 (of omega 6) vetzuren hebben de eerste dubbele binding tussen het zesde en zevende koolstofatoom.

Linolzuur en A-linoleenzuurkunnen verder worden omgezet in lange ketenvetzuren zoals arachidonzuur, EPA en DHA. Deze laatste zijn mede van vitaal belang voor het optimaal functioneren van cellen, weefsels en organen, voor de goede werking van uiteenlopende fysiologische processen zoals het immuunsysteem en de ontwikkeling en de functie van het centrale zenuwstelsel. In feite zijn slechts twee vetzuren essentieel, namelijk linolzuur, een n-6 vetzuur met 18 koolstofatomen en 2 onverzadigde bindingen (C 18:2) en A-linoleenzuur een n-3 vetzuur met 18 koolstofatomen en 3 dubbele bindingen(C18:3). Deze vetzuren moeten dus met de voeding worden verstrekt.

Voor het goed functioneren van het lichaam moeten we zorgen dat deze vetzuren in een bepaalde verhouding worden verstrekt. Linolzuur bevat veel Omega 6 vetzuren, terwijl linoleenzuur weer veel Omega 3 vetzuren bevat. Er zijn verschillen voor zoogdieren en vogels. Wetenschappers beweren dat de verhouding voor mensen linolzuur ten opzichte van linoleenzuur 5 : 1 moet zijn. Aanbevelingen voor essentiële vetzuren volgens de Belgische Nationale Raad voor de Voeding (1997). Voor duiven zijn er wetenschappers die beweren dat het gehalte aan linoleenzuur en dus de Omega 3 vetzuren veel hoger moeten zijn dan linolzuur (met veel omega 6). Er wordt gesproken over 2 : 1.

linolzuur3 à 5 energie% (1)
a-linoleenzuur0,5 à 1 energie% (2)
linolzuur / a-linoleenzuur5/1

Tabel 1:

(1) voor gemiddeld 2000 kcal per dag betekent dit ± 6,7 - 11,1 g linolzuur
(2) voor gemiddeld 2000 kcal per dag betekent dit ± 1,1 - 2,2 g a -linoleenzuur Bron: CEC (1993)

Linolzuur komt vooral voor in zonnebloemolie, maïsolie en sojaolie.

Belangrijke oliën met daarom veel linoleenzuur zijn:lijnolie, raapzaadolie, hennepolie, sojaolie en walnootolie.

Tabel 2: Vetzuurgehalte van enkele voedingsmiddelen

Gehalte aan n-6 vetzuren
in gram per 100 gram
Gehalte aan n-3 vetzuren
in gram per 100 gram
linolzuurGLAAAa -linoleenzuurEPADHA
zonnebloemolie63000,100
maïsolie50000,900
sojaolie52007,300
raapzaadolie20009,600
sardines (uit blik)2,500,040,40,90,8
makreel0,30,040,070,20,71,1
zalm0,100,110,10,60,9
haring0,300,040,20,50,7
kabeljauw000,0200,080,2
tonijn3,200,030,70,060,3
amandelen10000,300
hazelnoten6,5000,100
pinda's13000,400
walnoten39007,500

Bron: 'Fatty Acids', seventh supplement to the fifth edition of McCance and Widdowson's The Composition of Foods, MAFF, UK, 1998 (ISBN 0854048197)

Zoals je in de tabel kunt zien is zonnebloemolie rijk aan linolzuur en arm aan linoleenzuur. Als we meer linoleenzuur nodig hebben voor duiven , dan zullen we moeten kijken naar andere oliën, zoals walnootolie, lijnzaadolie, raapzaadolie en sojaolie. Al deze oliën, plantaardig of niet, bevatten ook allemaal ook verzadigde vetzuren. Uit onderzoek is ook gebleken, dat des te beter de soorten vetzuren op elkaar aansluiten des te meer energie vet geeft aan het lichaam. De vetzuren moeten als het ware bij elkaar passen, zowel de onverzadigde vetzuren, als de enkelvoudig onverzadigde (visolie, olijfolie) als ook de meervoudig onverzadigde vetzuren (lijnzaadolie, raapzaadolie). Ze hebben elkaar dus nodig voor het leveren van een optimaal resultaat.

Ranzig.

Oliën kunnen snel ranzig worden. Ranzige of toxische oliën zijn vergif voor onze duiven. Er zijn twee soorten op de markt. Dat zijn synthetische oliën en koud geslagen of koudgeperste oliën. De synthetische oliën worden onder druk met ether uit de zaden gehaald. Dat gaat veel gemakkelijker dan alleen met druk. De synthetische oliën zijn snel aan bederf onderhevig. De meest verkocht oliën zijn synthetisch. Koud geperste oliën zorgen nooit voor problemen.

Alle plantaardige oliën die niet nadrukkelijk als koudgeperst geëtiketteerd zijn, zijn energetisch dood en worden tevens gauw slecht (ranzig), zijn kortom niet geschikt voor het maken van een olie voor consumptie.

De meeste lezers zullen nu wel denken: allemaal mooi, maar geef mijn portie maar aan Fikkie. Dat is werk voor laboratoria en professoren, maar aan mijn lijf geen polonaise. Heel begrijpelijk. Voor mijzelf is het ook een moeilijke materie. Wat we er wel van kunnen leren is, dat we kunnen kiezen uit die verschillende oliën. Dat we moeten letten op de soort olie die we aan onze duiven geven. In ons duivenvoer is het percentage linolzuur vaak veel hoger dan de linoleenzuur. We kunnen maar een heel klein beetje bijsturen met oliën. We kunnen dan dus volkomen de verkeerde richting op gaan en we kunnen kiezen voor oliën die zo compleet mogelijk met veel meer linoleenzuur (Omega 3).

Welke oliën gebruiken?

De oliën die de verkeerde kant opgaan voor wat betreft de Omega 6 vetzuren zijn o.a. maïsolie en zonnebloemolie. De meervoudig onverzadigde oliën die we dan goed kunnen gebruiken zijn: koud geslagen (!!!!) lijnzaadolie, sojaolie, walnootolie, raapzaadolie. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren die we daaraan kunnen toevoegen zijn: olijfolie en visolie (beperkt).

Lecithine.

Naast de plantaardige oliën hebben we nog de uit sojaolie gewonnen lecithine. Het is een olieachtige stof, die we kunnen mengen met de vetzuren. Lecithine zorgt voor een veel beter vettransport van zowel koolhydraten, eiwitten als vetzuren naar de spiercellen. Lecithine helpt dus bij de omzetting van vetzuren, zowel van de oliën, als ook van het gehele voer en is mijns inziens de waardevolste stof. Ik heb het al meerdere malen genoemd maar doe het verhaal nog maar een keer, gezien de waarde die het mijns inziens heeft.

De meeste dieren beschikken over een galblaas, waarin de gal opgeslagen wordt. Zodra ze met grotere vetbevattende rantsoenen in aanmerking komen, wordt er galvloeistof vrijgemaakt die opname van voedingsstoffen in het bloed mogelijk maakt. Duiven beschikken niet over een galblaas. Zodat ze bij het opnemen van vethoudende voeders slechts de hoeveelheid galvloeistof kunnen toevoegen die gelijkertijd in de lever wordt geproduceerd. Als we onze fondduiven mengelingen aanbieden met meer dan 15% vet, kan de duif slechts een deel daarvan omzetten en opslaan. Dat is natuurlijk zonde van de goede dure mengeling.

Lecithine is een emulgator die de eigenschap heeft zich zowel met vet als ook met water te verbinden. Deze stof maakt het mogelijk om probleemloos grotere percentages vet in duivenvoer toe te voegen. Lecithine zorgt er vervolgens tevens voor dat vetdeeltjes in het bloed verkleind worden, waardoor de bloedcirculatie wordt bevorderd.

Lecithine bevat een groot aantal vitamines en vergelijkbare stoffen, een ervan is Choline. Choline is een essentiële voedingsstof, het lichaam kan deze niet zelf aanmaken. Choline heeft verschillende belangrijke functies in het organisme. Choline komt voor in verschillende vormen. Zo zorgt Fosphaditelcholine (PC) voor het vettransport en voorkomt zo leververvetting.

Acethylcholine (AC) zorgt voor de impulsen van de zenuwen en reguleert bovendien de spieren. Bij grote inspanning is de behoefte aan AC groot. Indien gedurende de inspanning niet voldoende AC ter beschikking is, neemt het prestatievermogen van de duif af.

Onderzoeken hebben aangetoond dat Lecithine de meest werkingsvolle Choline-bron is. Verstrekking van Lecithine verhoogt het Choline-gehalte aanmerkelijk en het effect houdt meerdere uren stand. Dit voorkomt sterk gewichtsverlies bij zware inspanning. Het tekort aan zuurstof toevoer wordt gereduceerd waardoor vermoeidheid minder vaak optreedt. Bovendien wordt de tijd dat de duif na inspanning nodig heeft om de spieren weer te ontspannen gehalveerd.Lecithine is goed voor hart en bloedvaten, hersenen, zenuwstelsel en geheugen. Bovendien biedt het bescherming tegen giftige stoffen en heeft het een positieve uitwerking op de gal en lever. Een ideale toevoeging aan de olie bestaat uit 1/3 deel Lecithine.

Willem Mulder. 




Array