Duivenmelken is meer dan oudemannetjessport

THOLEN - De duivensport is nu officieel 'immaterieel erfgoed', een belangrijke stap om de traditie in ere te houden. Dat is hard nodig, want ook in Zeeland loopt het aantal duivenhouders snel terug.

Wat heeft de postduivensport gemeen met de Bossche bol, fierljeppen, straôrijden, krulbollen en het breien van Grolse wanten? Ze staan, samen met nog ruim 80 tradities, allemaal op de Nederlandse lijst van immaterieel erfgoed.

De postduivensport is sinds zondag de jongste toevoeging. ,,Dat is heel belangrijk", zegt Rinus Laban uit Tholen, sinds jaar en dag voorzitter van de Postduivenafdeling Zeeland'96. ,,Temeer omdat de duivensport in ledenaantal terugloopt."

De erkenning past in de landelijke ontwikkeling. De Nederlandse Postduivenhouders Organisatie heeft het project GPS2021 in gang gezet. Inzet is de traditie levend te houden, maar tegelijkertijd de sport te vernieuwen. ,,Er moet ook ergens een museum worden ingericht. Dat valt goed te vullen, want de duivensport heeft een geschiedenis van vóór de jaartelling tot op heden."

Landelijk zijn er nog zo'n 17.000 beoefenaars. ,,In Zeeland hadden we twee jaar geleden nog 851 leden. Begin dit jaar waren dat er 802. Op 1 februari 2018, de nieuwe peildatum, verwacht ik dat er weer een kleine 50 minder zijn. Dat gaat vrij hard."

Oude duivenmelkers haken af, nieuwe aanwas ontbreekt. De jeugd laat het afweten. ,,Duivensport is een oudemannetjessport, denken ze", zegt Laban. ,,Tegenwoordig hebben ze allemaal computers, iPad, telefoon, noem maar op. En ze zitten op twee, drie verenigingen. Hun week is al goedgevuld."

Een hok maakte je vroeger van kachelhout, maar die tijd is ook voorbij.

De duivensport is arbeidsintensief. ,,Je stopt er nogal wat tijd in en het is ook niet zo goedkoop, als je echt mee wil spelen. Voor apparatuur ben je al gauw 1000 euro kwijt. En een hok maakte je vroeger van kachelhout, maar die tijd is ook voorbij."

De passie van duivenhouders is groot, weet Laban. ,,Voor velen gaat het toch om de kick om eens in de week de duiven thuis te zien komen. Als je er tien meegeeft, probeer je te voorspellen wie eerste, tweede en derde zullen zijn. Daarnaast gaat het ook om het sociale aspect: de gezelligheid en kameraadschap."

Zelf heeft hij onlangs afscheid moeten nemen van zijn duiven. ,,Ik heb het vanaf mijn elfde jaar gedaan en had er inmiddels 60 jaar opzitten. Twee maanden geleden ben ik verhuisd naar een kleinere woning, zonder tuin. Mijn gezondheid speelde me ook parten. Ik heb dus geen duiven meer. Dat is even wennen, maar gelukkig heb ik er naartoe kunnen werken."


Fotogalerij: Duivenmelken is meer dan oudemannetjessport

De afbeeldinggalerij is leeg.